Niveaus

niveaus

 

BASICO

Doelstelling: wat ga ik doen in het Spaans?

  • ​Groeten en afscheid nemen
  • Het vragen en geven van persoonlijke informatie
  • Het beschrijven van personen: uiterlijk en persoonlijkheid
  • Het kunnen uiten van bedoelingen en interesses
  • Het uitdrukken van (des) interesse
  • Winkelen
  • Bestellen in een restaurant
  • Het beschrijven van plaatsen
  • Aanwijzingen vragen/geven
  • Praten over gewoonten en vrije tijd

 

INTERMEDIO

Doelstelling: wat ga ik doen in het Spaans?

  • Dingen beschrijf omschrijven vormen, materialen, stijlen…
  • Spreken over vaardigheden en talenten
  • Spreken over het leren van talen (gewoonten, moeilijkheden, gevoelens)
  • Behandeling van situaties in verschillende sociale contexten. Het vragen om dingen en gunsten, het vragen om en het geven van toestemming, het maken van excuses
  • Suggesties doen
  • Praten over gebeurtenissen uit het verleden
  • Praten over ‘gustos y preferencias’
  • Vergelijken
  • Spreken over eetgewoonten en verschillende smaken
  • Het uiten van de wens om iets te doen. Formeel/informeel
  • Spreken over plannen en projecten

 

AVANZADO

Doelstelling: wat ga ik doen in het Spaans?

  • Hablar de hábitos del presente
  • Relatar experiencias pasadas
  • Biografías y experiencias de trabajo
  • Cualidades personales
  • Hablar del inicio y la duración de una acción
  • Localizar una acción en el tiempo
  • Hablar de acciones y situaciones futuras personales y sociales
  • Expresar condiciones
  • Recomendar y aconsejar
  • Dar instrucciones
  • Denunciar problemas y proponer soluciones
  • Expresar deseos y reclamaciones
  • Expresar necesidad, prohibición y obligatoriedad
  • Expresar impersonalidad
  • Escribir mensajes diferentes: carta, correo electronic…